23-04-2026
Ruim tien jaar geleden ontstonden in Schaijk, Reek en Zeeland zorgcoöperaties vanuit een eenvoudige vraag: hoe zorgen we dat mensen in het dorp goed kunnen blijven wonen, ook als ze ouder worden of kwetsbaarder worden?
In Schaijk werd dat gesprek gevoerd met inwoners. “We zagen dat er bezuinigingen aan zaten te komen,” vertelt Piet Hein Jonkergouw, voorzitter van Vereniging Zorgcoöperatie Schaijk. “En toen dachten we: dan zullen we dus ook meer zelf moeten gaan doen. Dus waarom zouden we ons niet organiseren om dingen samen op te pakken?” Het idee kreeg snel steun. In 2011 werd de zorgcoöperatie in Schaijk opgericht. Twee jaar later gebeurde hetzelfde in Reek en in Zeeland, vertelt Marian Adriaansen, voorzitter van Vereniging Zorgcoöperatie Reek. Vanaf het begin zochten de dorpen elkaar op om ervaringen uit te wisselen.
De organisaties zijn formeel verenigingen, maar in de praktijk functioneren ze vooral als een netwerk van inwoners die zich inzetten voor hun dorp. “Wij werken voor alle inwoners,” zegt Piet Hein. “De leden steunen het initiatief met hun contributie, maar veel mensen zijn ook actief als vrijwilliger. Daardoor kun je ontzettend veel doen.”
Ontmoeten als basis
“In het begin was de focus eigenlijk heel simpel,” zegt Piet Hein. “Zorg in ieder geval dat het ontmoeten kan.” Van daaruit groeide het initiatief langzaam verder. Activiteiten ontstonden omdat mensen iets misten of een idee hadden. Een wandelgroep. Een bezoekdienst. Mantelzorgondersteuning. Activiteiten voor ouderen en jongeren.
Wat in Schaijk, Reek en Zeeland gebeurt bestaat uit veel kleine stappen. Vrijwilligers die iemand bezoeken. Iemand die een activiteit begint omdat hij ziet dat anderen daar behoefte aan hebben. Mensen die elkaar helpen of samen iets organiseren. Samen vormen die stappen een netwerk waarin mensen elkaar kennen en makkelijker iets voor elkaar betekenen. “Veel mensen vinden het eigenlijk heel leuk om iets voor een ander te doen,” zegt Marian. “Maar je moet elkaar wel kennen.”
Niet alles blijft bestaan. Initiatieven veranderen of verdwijnen wanneer de behoefte verandert. “We doen alleen dingen waar echt vraag naar is,” zegt Piet Hein. “En als iets niet meer nodig is, dan stoppen we ermee.” Die praktische manier van werken zorgt er volgens Marian voor dat het initiatief blijft aansluiten bij het dorp. “Mensen zijn ongelooflijk creatief als ze eenmaal merken dat iets kan,” zegt ze. “Als een idee werkt, komen er vanzelf weer nieuwe ideeën.”
De kracht van het netwerk
In de loop van de jaren ontstond een steeds breder netwerk rond de zorgcoöperaties. Huisartsen, fysiotherapeuten, scholen, woningcorporaties en verenigingen weten elkaar inmiddels goed te vinden. Dat leidt vaak tot nieuwe initiatieven. Zo merkten praktijkondersteuners van huisartsen dat sommige ouderen moeite hadden om voldoende te bewegen. Samen met de zorgcoöperatie ontstond een wekelijkse wandelgroep. “Nu lopen er elke donderdag groepen door het dorp,” vertelt Piet Hein. “En daarna drinken ze samen koffie.”
Ook verenigingen zoeken soms advies. Een biljartclub vroeg bijvoorbeeld hoe ze konden omgaan met leden met beginnende dementie. Samen met Alzheimer Nederland organiseerde de zorgcoöperatie een aantal bijeenkomsten waarin vrijwilligers leerden hoe ze signalen kunnen herkennen en hoe ze iemand betrokken kunnen houden bij de club. “Het gaat erom dat mensen mee kunnen blijven doen,” zegt Marian.
Professionals midden in het netwerk
In beide dorpen spelen ook professionals een rol in het netwerk rond de zorgcoöperaties. Zo werkt er een preventiewerker volwassene nauw samen met de coöperaties. Daarnaast zijn er preventiemedewerkers jeugd die zich specifiek richten op jongeren en veel contact hebben met scholen, ouders en sportverenigingen.
De preventiewerker is niet bedoeld om zelf zorg te verlenen, maar om het netwerk van inwoners en vrijwilligers te ondersteunen. Wat haar werk bijzonder maakt is dat zij het dorp goed kent. Ze weet wie actief is, wie hulp kan gebruiken en welke mensen bij elkaar zouden kunnen passen. “Ze kent de mensen hier,” zegt Marian. “Daardoor kan ze ook inschatten welke vrijwilliger goed bij iemand past. Wanneer iemand bijvoorbeeld vereenzaamt of moeilijk de deur uitkomt, kan zij kijken wie daar het beste bij zou aansluiten. Soms is dat een bezoekmaatje, soms iemand die samen wil wandelen of koffie drinken.”
Vrijwilligers worden daarbij niet aan hun lot overgelaten. Preventiewerkers ondersteunen hen ook met training en begeleiding. Volgens Piet Hein maakt dat een groot verschil. “Vrijwilligers doen ontzettend veel,” zegt hij. “Maar die professional zorgt voor continuïteit en overzicht.”
De preventiemedewerker jeugd is bedoeld voor jongeren in de dorpen. Deze professional heeft veel contact met scholen en ouders en probeert problemen vroeg te signaleren. Door met jongeren en ouders in gesprek te gaan, kan vaak worden voorkomen dat kleine problemen later uitgroeien tot grotere zorgvragen die om specialistische deskundigheid vragn
Anders kijken naar zorg
De rol van professionals in zo’n netwerk vraagt ook een andere manier van werken. Professionals zijn vaak gewend om problemen op te lossen of taken over te nemen. In deze aanpak ligt de nadruk juist op het versterken van wat mensen zelf nog kunnen.
“Vanuit een traditionele professionele rol ben je geneigd om dingen over te nemen,” zegt Marian. “Maar eigenlijk wil je mensen helpen om zelf dingen te blijven doen.” Dat vraagt soms een andere blik op situaties. Marian noemt een voorbeeld dat veel voorkomt: iemand die hulp vraagt van een wijkverpleegkundige bij het douchen omdat hij bang is om te vallen. “In plaats van dat iemand drie keer per week komt helpen wassen, kun je ook kijken wat er nodig is om het weer zelf te doen,” zegt ze. “Misschien een douchestoel, een beugel, of een andere manier van ondersteunen.” Het idee is dat mensen zo hun zelfstandigheid behouden. Dat vraagt soms wat oefening en vertrouwen, maar kan veel verschil maken. “Als mensen merken dat ze iets weer zelf kunnen, geeft dat ook een heel ander gevoel.”
Vooruitkijken
Na meer dan tien jaar zien Piet Hein en Marian dat deze aanpak werkt. Tegelijkertijd kijken ze ook verder. Ze vinden het belangrijk dat meer gemeenten investeren in dit soort initiatieven. “Als je investeert in dit soort bewegingen, heeft dat echt effect,” zegt Piet Hein. “Maar je moet wel op zoek gaan naar de mensen in een dorp of wijk die dit willen dragen.” Volgens Marian zijn die mensen er meestal wel. “Je moet ze alleen weten te vinden en hen voldoende ondersteuning bieden.”